• Home
  • »
  • Doelgroep
  • »
  • Psychische aandoeningen met een somatische component
  Slaapstoornissen
Paniekstoornis (met of zonder agorafobie)
Specifieke fobieën
Hypochondrie
Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)
Smetvrees
Dysmorfofobie
Trichotillomanie
Skin picking
Conversiestoornis
Seksuele en relatieproblemen
ADD/ADHD
Faalangst


  • Slaapstoornissen

    • Heb je moeite met inslapen of doorslapen en voel je je niet uitgerust ’s ochtends?
    • Heb je last van herhaalde nachtmerries?
    • Veroorzaken je slaapproblemen (of de bijhorende vermoeidheid overdag) beperkingen in je dagelijks leven (sociaal, beroepsmatig, …)?

     


  • Paniekstoornis (met of zonder agorafobie)

     

    We spreken van een paniekstoornis wanneer een individu herhaaldelijk en onverwacht overvallen wordt met paniekaanvallen, die als zeer beangstigend worden ervaren. Een paniekaanval omhelst een afgebakende tijdsperiode waarin er allerlei symptomen optreden die binnen de tien minuten een piek bereiken. 
    Tijdens zo’n aanval is het stress-systeem volledig gemobiliseerd en veelvoorkomende lichamelijke klachten zijn dan ook:

    • Hartkloppingen of versnelde hartslag
    • Pijn of onaangenaam gevoel op de borst
    • Ademnood
    • Benauwdheid
    • Het gevoel te stikken
    • Zweten
    • Trillen of beven
    • Tintelingen of verdoofd gevoel
    • Koude rillingen of warmtevlagen
    • Duizeligheid of ijl gevoel in het hoofd
    • Gevoel van flauwvallen
    • Gevoelens van derealisatie of depersonalisatie; het gevoel er niet meer bewust bij te zijn
    • Misselijkheid of maagklachten

    De angst die met zo’n aanval gepaard gaat, heeft voornamelijk betrekking op:

    • Angst om te sterven
    • Angst voor controleverlies
    • Angst om gek te worden

    Veel mensen hebben weleens een paniekaanval meegemaakt, maar er is pas sprake van een paniekstoornis als de angst voor de paniekaanvallen het leven gaat overheersen. Je bent dan voortdurend aan het piekeren over (de gevolgen van) een nieuwe aanval en je gaat je gedrag aanpassen in functie van de aanvallen.

    Van paniekstoornis met agorafobie is sprake wanneer je bang bent om je in situaties te begeven waarin vluchten moeilijk of genant zou zijn of waarin geen hulp voorhanden zou zijn indien er een paniekaanval zou optreden. Zulke plaatsen bevinden zich gewoonlijk buitenshuis en kunnen betrekking hebben op straten of pleinen, de supermarkt, het openbaar vervoer, plaatsen waar je je midden in een massa of in een rij bevindt, … Je gaat proberen deze plaatsen te ontvluchten of te vermijden of je kan er je enkel in begeven wanneer er een begeleider aanwezig is.
    Een agorafobie kan zich ook voordoen zonder dat er sprake is van paniek.


  • Specifieke fobieën

    Bij een specifieke fobie heb je een aanhoudende en extreme angst voor een bepaald object of een bepaalde situatie, ook al weet je dat deze angst eigenlijk niet gegrond is. Je probeert het object of de situatie te vermijden en wanneer dit niet gaat, ontstaat er een heftige situatiegebonden angst of paniekaanval. Je lijdt echt onder de angst en je dagelijkse bezigheden en sociale relaties worden erdoor beperkt.

    Bij Tumi Therapeutics zijn we vooral gespecialiseerd in volgende fobieën:

    • Asthenofobie
      Extreme angst om flauw te vallen
    • Emetofobie
      Extreme angst om over te geven
    • Anginofobie
      Extreme angst om te stikken
    • Algofobie
      Extreme angst voor pijnsensaties
    • Claustrofobie
      Extreme angst voor kleine of gesloten ruimtes
    • Medische fobieën
      o.a. extreme angst voor bezoek aan de tandarts, ziekenhuis, medisch personeel, medische ingrepen, …
    • Injectiefobie
      Extreme angst voor het zien van injectienaalden of het moeten ondergaan van een injectie, eventueel gepaard gaande met bewustzijnsverlies
    • Bloedfobie
      Extreme angst voor het zien van of het in contact komen met bloed en bloedproducten, eventueel gepaard gaande met bewustzijnsverlies

  • Hypochondrie

    Synoniemen: ziekteangst, ziektevrees of ziektefobie.

    Mensen met hypochondrie hebben een overdreven vrees of overtuiging een ernstige lichamelijke ziekte te hebben of te zullen oplopen. Deze angst dient langer dan zes maanden aanwezig te zijn.

    Door de angst is men sterk gericht op lichamelijke sensaties, die telkens als tekens van ziekte worden geïnterpreteerd (bv. een vlekje op de huid wordt geïnterpreteerd als teken van huidkanker). De angst verplaatst zich ook over verschillende ziektes heen. Angst voor kanker en hart- en vaatziekten komen zeer vaak voor. De overdreven aandacht en angst voor lichamelijke sensaties brengen op zich lichamelijke reacties met zich mee, die dan weer toegeschreven worden aan de gevreesde ziekte. Op die manier is hypochondrie een zichzelf instandhoudende problematiek.

    Men vermijdt of zoekt juist dwangmatig informatie op over de ziekte en men doet aan veelvuldig doktersbezoek, doch de ongerustheid en angst verdwijnen nooit helemaal, ondanks herhaaldelijke geruststelling.

    Veelvuldig, uitgebreid lichamelijk onderzoek bij zichzelf, door de huisarts of in het ziekenhuis helpt dus niet. De angst dat het dan wel een hele zeldzame ziekte is, wordt er eerder door versterkt. Als het individu daadwerkelijk een (lichte) ziekte heeft, interpreteert men het ziektebeeld als veel ernstiger dan het in werkelijkheid is. Men heeft vaak meer hypochondere klachten wanneer het rustig is in het leven dan wanneer er van alles gebeurt. Men heeft dan meer gelegenheid om zich over lichamelijke ongemakken zorgen te maken.


  • Posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

    Wanneer een traumatische gebeurtenis aanleiding geeft tot posttraumatische stress-stoornis, uit zich dat in herbelevingen van de gebeurtenis. Dit kan op verschillende manieren: opdringerige en verontrustende herinneringen aan de traumatische ervaring, terugkerende nachtmerries, een plotseling ervaren of handelen alsof het trauma opnieuw plaatsvond, psychisch lijden en fysiologische reacties bij gebeurtenissen die lijken op de traumatische ervaring.

    Er dient ook sprake te zijn van een toegenomen spanning (afwezig vóór het trauma), die minstens al een maand aanwezig is en zich kan uiten in de vorm van een verhoogde waakzaamheid, moeizaam inslapen of doorslapen, heftige schrikreacties, concentratieproblemen, prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen.

    Personen met PTSS kunnen gevoelens, gedachten, activiteiten, situaties of mensen die met het trauma geassocieerd zijn, proberen te vermijden.

    Bijkomende PTSS aspecten zijn: geheugenverlies voor delen van het trauma terwijl het geheugen normaal functioneert, verminderde belangstelling voor belangrijke activiteiten, gevoelens van vervreemding en een gebrek aan toekomstperspectief, en moeite met emoties uiten. Dit alles gaat gepaard met beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren.


  • Smetvrees

    Smetvrees valt onder de categorie obsessief-compulsieve stoornissen. We spreken van de diagnose smetvrees wanneer je een obsessieve angst hebt om vuil of besmet te raken (bv. met een besmettelijke ziekte, bacterie, virus, …), ook al weet je zelf dat deze angst overdreven is.

    Je bent continu bezig met gedachten rond besmetting en je tracht besmetting en schadelijke stoffen ten alle tijden te vermijden door middel van allerlei herhaalde handelingen (bv. schoonmaken, handen wassen, …). Deze handelingen – die gewoonlijk de vorm van rituelen aannemen – interfereren sterk met het dagelijks leven.


  • Dysmorfofobie

    We spreken van dysmorfofobie wanneer een individu aan een verstoorde lichaamsbeleving lijdt. Dit betekent dat men er van overtuigd is dat het lichaam (of een deel ervan) lelijk of misvormd is, hoewel daar geen objectieve reden voor is.

    Men investeert veel energie in en aandacht aan (gedachten over) het uiterlijk (bv. checken in de spiegel, geruststelling zoeken, uiterlijk vergelijken met anderen, …). Belangrijk voor de diagnose is dat het excessief bezig zijn met het uiterlijk niet beperkt blijft tot lichaamsgewicht in het kader van een eetstoornis.

    De verstoorde lichaamsbeleving kan zo ver gaan dat men sociale situaties gaat vermijden uit angst om afgewezen te worden.


  • Trichotillomanie

    Bij trichotillomanie heb je een niet-aflatende en steeds terugkerende drang om je haar uit te trekken, hetgeen kan resulteren in haarverlies. Dit gedrag kadert niet binnen een medische conditie (bv. dermatologische problematiek). Het haartrekken veroorzaakt psychisch lijden en zorgt voor aanzienlijke beperkingen in je sociaal en/of professioneel leven.


  • Skin picking

    Bij skin picking heb je een niet-aflatende en steeds terugkerende drang om te gaan krabben of pulken aan je huid, hetgeen wondjes, infecties, en littekens met zich mee kan brengen. Dit gedrag kadert niet binnen middelengebruik (bv. cocaïnegebruik) of binnen een medische conditie (bv. dermatologische problematiek). Het skin picking gedrag veroorzaakt psychisch lijden en zorgt voor aanzienlijke beperkingen in je sociaal en/of professioneel leven.


  • Conversiestoornis

    Een conversiestoornis wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van neurologische symptomen, die na medisch onderzoek niet toe te schrijven zijn aan een neurologische of medische conditie noch aan middelengebruik.

    De symptomen betreffen voornamelijk wijziging of uitvallen van motorische, sensorische of cognitieve functies (bv. stemverlies, doofheid, blindheid, loopstoornis, abnormale bewegingen, slikmoeilijkheden, verlamming of spierzwakte, geheugenverlies, flauwvallen, …) of toevallen die lijken op epilepsie.

    Psychologische factoren worden verondersteld een verband te hebben met de klachten, doordat het ontstaan of verergeren van de symptomen gewoonlijk vooraf gegaan wordt door conflicten of stressoren.

    De symptomen veroorzaken aanzienlijk ongemak of hinder in sociaal of beroepsmatig functioneren, of vereisen medische zorg.


  • Seksuele en relatieproblemen

    Binnen de seksuele problemen kunnen de volgende categorieën onderscheiden worden:

    1. Aversie

    Er is een afkeer tegenover seksueel contact en elk seksueel gedrag wordt vermeden.

    2. Libidoproblemen

    a) Hyperactief seksueel verlangen

    b) Hypoactief seksueel verlangen

    3. Erectieproblemen

    Erectieproblemen kunnen variëren van geen erectie tijdens het vrijen tot verdwijning van de erectie bij aanraking door de partner. 

    4. Opwindingsproblemen bij de vrouw

    Een tekort aan seksuele opwinding bij de vrouw komt meestal tot uiting in de afwezigheid van lubrificatie (vochtig worden) van de vagina.

    5. Vroegtijdige zaadlozing

    Mannen met vroegtijdige zaadlozing kunnen zelden het moment bepalen waarop ze zich laten gaan in een ejaculatie, het overkomt hen. Dit is frustrerend, vooral wanneer de partner seksueel wil genieten. Dit probleem kan in verschillende gradaties voorkomen.

    6. Anejaculatie

    Afwezigheid van ejaculatie.

    7. Anorgasmie

    Orgasmeproblemen is één van de meest voorkomende seksuele klachten bij vrouwen.

    8. Vaginisme

    Door verkramping van de bekkenbodemspieren is geslachtsgemeenschap niet mogelijk.

    9. Dyspareunie

    Pijn bij coïtus komt zowel voor bij mannen als bij vrouwen, maar is veel frequenter aanwezig bij vrouwen. Dyspareunie bij vrouwen komt vaak voor in combinatie met vaginisme.

    Relatieproblemen

    Lichamelijke en psychische klachten kunnen een belangrijke impact hebben op de relatie. Wij bieden een academisch onderbouwde systemische aanpak van relatieproblemen.


  • ADD/ADHD

    AD(H)D staat voor Attention Deficit (Hyperactivity) Disorder. 

    Mensen met ADD en ADHD worden gemakkelijk afgeleid en kunnen zich moeilijk concentreren. 

    Hyperactiviteit kan zich uiten door lichamelijke onrust of overmatige beweeglijkheid, maar ook door innerlijke onrust en impulsiviteit. Voor mensen met ADHD kan het moeilijk zijn een onderscheid te maken tussen belangrijke en minder belangrijke zaken, waardoor prioriteiten verkeerd gelegd kunnen worden. Dingen moeten onmiddellijk gebeuren en kunnen niet worden uitgesteld. Het voortdurend reageren op de omgeving en gevolg geven aan impulsen veroorzaakt het kenmerkende drukke gedrag van personen met ADHD.

    ADD/ADHD kan zowel bij kinderen als volwassenen voorkomen.

    Onderzoek toont aan dat neurofeedback kan gezien worden als een bewezen en effectieve behandelmethode voor ADD/ADHD. Voor meer informatie over ons aanbod van neurofeedback, klik op biofeedback.


  • Faalangst

    Tussen 1 op 7 en 1 op 4 jongeren hebben behoorlijk last van faalangst. Faalangst is dus helemaal niet zo uitzonderlijk. Er zijn ook heel wat volwassenen met faalangst.

    Faalangst is een vorm van angst die zich voordoet bij het uitvoeren van cognitieve, sociale of motorische vaardigheden en waarvan het effect is dat mensen minder presteren dan waartoe zij in staat zouden zijn, wanneer die angst zich niet zou voordoen.

    Belangrijk is hierbij een onderscheid te maken tussen actieve (Angst proberen te verminderen door het allemaal perfect onder controle te houden of te krijgen) en passieve (passief vermijden, weglopen van de inspanning en van allerlei prestatie-activiteiten) faalangst.